Het aan elkaar verlijmen van materialen is een techniek die al eeuwen oud is. Eeuwenlang werden alleen plantaardige en dierlijke lijmen ingezet (zetmeel, stijfsels, dextrines, beenderlijm, caseïne) voor het verlijmen van relatief eenvoudige materialen. Toen de industrie de zgn kunststoffen ging ontdekken, werden deze ook gebruikt voor het maken van lijm; Dit werden de Synthetische lijmen, zoals Polyvinylacetaten, synthetische rubbers, epoxyharsen, dispersies en PVA.
In de zestiger jaren werden de hotmelt lijmen geïntroduceerd. Deze bestaan uit 100% vaste stof (dus zonder water, oplosmiddel of drager). Door verwarming wordt de massa vloeibaar en de verbinding komt tot stand door afkoeling, cq uitstolling. Lijmverbindingen zijn van essentieel belang in industriële toepassingen, in feite valt of staat een eindproduct met de juiste verlijming.
In dit verband is het aandrukken van groot belang d.w.z. hoe beter het contact, des te sneller komt de lijmverbinding tot stand en des te korter de aandruktijd kan zijn.
Belangrijke begrippen
Adhesie: is de hechting van de droge lijmfilm op de te verlijmen materialen.
Cohesie: is de benaming van de interne sterkte van de droge lijmfilm zelf.
Bevochtiging: voor het bereiken van een optimale adhesie is het nodig dat de natte lijmfilm zich uitstekend en gelijkmatig over de te verlijmen oppervlakten verdeeld.
Tack: kleefkracht van de droge lijmfilm.
Wet tack: kleefkracht in natte toestand.